Campagne gefinancieerd
met steun van de Europese Unie
De Europese Unie steunt campagnes
voor de promotie van
hoogwaardige landbouwproducten

Voedingsvezel

Brood bevat voedingsvezel. Voedingsvezel is een verzamelnaam voor alle onverteerbare koolhydraten in onze voeding. Ze zorgen ervoor dat de darmen goed werken, zijn belangrijk voor een goede stoelgang en zorgen voor een 'vol gevoel'. Dat is belangrijk voor wie op zijn gewicht wil letten. Daarnaast verminderen ze de kans op het ontstaan van hart- en vaatziekten. (bron: Voedingscentrum) Het is daarom belangrijk elke dag voldoende voedingsvezel te eten.

Voedingsvezel komt hoofdzakelijk voor in plantaardige producten, dus ook in graan. Omdat voedingsvezel zich vooral bevindt in het buitenste deel van de graankorrel (zemel), heeft brood er een hoger gehalte van naarmate de meelsoort een groter deel van de gehele tarwekorrel bevat. Volkorenmeel - waarvoor de gehele tarwekorrel is vermalen - heeft dus een hoger voedingsvezelgehalte dan tarwebloem. Voor tarwebloem is immers alleen het binnenste gedeelte van de tarwekorrel gebruikt.

Vezels aanbevolen

De Gezondheidsraad (een raad van deskundigen in Nederland op het gebied van gezondheid) raadt 30 tot 40 gram voedingsvezel per dag aan voor een volwassene. De meeste mensen halen dat niet. Gemiddeld krijgt een volwassene in Nederland slechts 20 gram voedingsvezels per dag binnen. Een ruime(re) portie brood, welke soort dan ook, zorgt vanzelf voor de inname van meer voedingsvezels. Al bevatten bruin-, volkoren- en meergranenbrood meer voedingsvezels dan witbrood (zie onderstaande tabel). Zitten er ook nog zuidvruchten, noten en/of zaden in het brood verwerkt, dan is het voedingsvezelgehalte nóg hoger.

Vezels in brood

In onderstaande tabel is te zien dat het voedingsvezelgehalte in brood oploopt, beginnend bij witbrood. Volkorenbrood bevat weer meer voedingsvezels dan bruinbrood. Meergranenbrood op basis van bloem heeft gemiddeld het voedingsvezelgehalte van bruinbrood. Meergranenbrood op basis van (volkoren)meel heeft gemiddeld het hoogste voedingsvezelgehalte (hoger dan regulier volkorenbrood). Dit heeft ermee te maken dat aan meergranenbrood vaak extra zaden en pitten worden toegevoegd welke invloed hebben op het voedingsvezelgehalte. Het gaat hierbij om gemiddelde waardes. Het vezelgehalte van het brood dat u bij uw bakker of supermarkt of koopt kan hiervan afwijken in verband met wisselende receptuur.

Tabel: Gemiddelde gehaltes voedingsvezel in Nederlands brood

Vezels in groente en in brood

Naast volkorenproducten zitten vezels ook in groenten, fruit en peulvruchten. Al levert brood wel de meeste vezels. 

product eenheid

hoeveelheid vezels

(gram)

volkorenbrood snee 2,3
havermout 1 bord 1,4
groente, gekookt, gemiddeld opscheplepel 1,4 
rauwkost schaaltje 0,6

 

Fermenteerbare en niet-fermenteerbare vezels

Vezels zijn er in verschillende soorten en maten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fermenteerbare en niet-fermenteerbare vezels. Fermenteerbare voedingsvezels worden  gebruikt als voedingsbron voor de bacteriën die in de dikke darm voorkomen, de darmflora. De bacteriën zetten de vezels om naar gas en bepaalde zuren die goed zijn voor de zuurgraad in de darm.  Fermenteerbare vezels houden de massa in de darm soepel en zorgen voor een goede doorstroom, wat de stoelgang bevordert.

Niet-fermenteerbare voedingsvezels nemen in de darm vocht op waardoor het volume van de ontlasting toeneemt en de druk in de dikke darm lager wordt, wat ook de stoelgang bevordert en verzadigend werkt.

Grofweg bevatten graanproducten zoals brood, noten en zaden relatief veel niet-fermenteerbare vezels. Groente, fruit en peulvruchten leveren juist veel fermenteerbare vezels. Ze zijn beide belangrijk.

Gezondheidseffecten

Naar vezels is veel onderzoek gaande. Het lijkt erop dat verschillende soorten vezels verschillende effecten hebben in ons lichaam. Met name naar de effecten van graanvezels is veel onderzoek gedaan.  Volgens het Voedingscentrum is bewezen dat graanvezels bijdragen aan: 

  • Een goede darmwerking.
  • Lager risico op ziekten, zoals darmkanker, hartziekten en diabetes type 2

Sommige vezels, zoals die in haver (bètaglucanen), helpen mee een normaal cholesterolgehalte in het bloed in stand te houden. Ook vermindert de consumptie van bepaalde vezels uit haver en gerst (bètaglucanen) de bloedsuikerstijging na de maaltijd.

TrefwoordenVoedingsvezel Koolhydraten Tarwe