Campagne gefinancieerd
met steun van de Europese Unie
De Europese Unie steunt campagnes
voor de promotie van
hoogwaardige landbouwproducten

Oh zo heerlijk dat stokbrood op vakantie! Maar eh, na drie dagen…

Marjolein schrijft voor Saar Magazine (50+ maar nog lang niet dood), maar maakt vandaag een uitstapje naar Brood.net. Want ze is gek op brood, maar ook op vakantie in het buitenland. De eerste drie dagen vakantie in Frankrijk gaat het goed en is ze in een stokbrood-hemel. Dan komt de terugslag en heeft ze écht brood nodig. Diep, donkerbruin brood met pitjes. Maar vind dat maar eens op vakantie!

Aaah, La Douce France! Een tentje, een strandje, een boekje, meer is er niet nodig om mij volkomen gelukkig te maken. Oh, wacht. En goéd brood in de buurt: pain complet genaamd. Dat zit zo. En laat ik je vast waarschuwen, het wordt een beetje een vies verhaal.

Stokbrood met een dikke laag La vache qui rit of juist uitgehold en volgepropt met een reep chocola die er bij elke hap uitdruipt. De eerste dagen in Frankrijk sta ik altijd glunderend bij de boulangerie en wijs het ene na het andere pain aan. ‘Oui, et aussi beaucoup des croissants, sil vous plaît, alstublieftdankuwel.’

Oh, heerlijk zacht wit brood, lekkere knaagkorst, croissants waar de vlokjes bladerdeeg er bij elke hap af dwarrelen, ik krijg er geen genoeg van. De hele dag breek ik kleine stukjes af en peuzel ze op. Maar dan, onherroepelijk, komt op dag drie de terugslag. Dan bedenk ik me opeens dat ik sinds het vertrek uit Nederland nog niet naar de wc ben geweest voor de grote boodschap, dat mijn buik voelt als een zeppelin en dat mijn verhemelte kapot is van de harde korst van alle pains.

Ik ben verstopt. Door ander weer, een ander ritme, minder groente en fruit, minder vezels, minder vocht én mijn darmen die gevuld zijn met al dat stokbrood en croissants. Kramp, misselijkheid en eh, extra lucht, mijn familie laat me wijselijk met rust en op afstand. Hoe lekker ik het ook vind, als ik over de grens aan het brood ga, krijg ik er na een paar dagen altijd spijt van.

Ik heb het van geen vreemde. Mijn oma nam op vakantie altijd een pakje roggebrood en sigaretten mee. Goed voor de vezels en de stoelgang, zei ze. Mijn moeder deed hetzelfde, minus de sigaretten. En mijn zus heeft het lange tijd ook gedaan. De sigaretten dan, van roggebrood moest ze niets hebben.

Het blijft me verbazen dat in culinaire landen als Frankrijk, Italië en Spanje het moeilijk is om lekker volkoren brood te vinden. Wit stokbrood in overvloed, of, als je geluk hebt, voorgesneden beige brood, dat zelfs met dubbelop Nutella niet weg te krijgen is. Zijn wij in Nederland nou zo verwend? Hebben de Nederlandse bakkers ooit gedacht: ‘Met de Hollandse keuken wordt het toch nooit wat, laten wij dan maar iets bijzonders maken?’ Het lijkt erop. In het kleinste dorpje op het platste polderland kan je lekker bruinbrood kopen. Boterhammen waar je op moet kauwen, die je darmen aan het werk zetten, die je een voldaan en niet een volgevreten gevoel geven.

Een paar jaar geleden liep ik in Spanje per ongeluk tegen een bakker aan die volkoren stokbrood mét pitjes verkocht. Ik kon mijn geluk niet op. Het beste van twee werelden! Stok en brood! Toen ik in moeizaam Spaans probeerde uit te leggen hoe lekker ik volkoren brood vond, antwoordde de vrouw achter de toonbank in het Nederlands. Ze riep haar man erbij, de bakker zelf. Een Drent. De rest van die vakantie reed ik om de dag een half uur heen en een half uur terug om brood in te slaan.

En sindsdien is dat een van de eerste dingen die ik doe als we gearriveerd zijn op ons vakantieadres. Tent opzetten, de boel gezellig maken en dan… op zoek naar een bakker waar ze lekkere pain complet, pain aux céréales of hoe heet volkorenbrood in het Frans/Spaans/Duits/Italiaans verkopen. Zélfs als ik daar een half uurtje voor moet omrijden dus.

 

TrefwoordenStokbrood