Richtlijn vezelconsumptie

Al in 2006 heeft de Gezondheidsraad een Richtlijn voor de vezelconsumptie gepubliceerd. Voor volwassenen luidt die richtlijn dagelijks 3,4 gram voedingsvezel per megajoule (MJ) oftewel 14 gram vezel per 1000 kilocalorieën. Dat betekent 30 gram voedingsvezels per dag voor vrouwen en 40 gram voor mannen.

Dit geldt voor vezels die van nature voorkomen in voedingsmiddelen. Voor kinderen geldt het advies de vezelconsumptie geleidelijk te laten toenemen met de leeftijd (zie tabel). Er is door de Gezondheidsraad in navolging van het Amerikaanse Institute of Medicine overigens geen bovengrens voor de vezelinname geformuleerd. Op dit moment krijgen volwassenen in Nederland gemiddeld 20 gram vezel per dag binnen, zo blijkt uit de Voedselconsumptiepeiling 2012-2016. Uit deze peiling blijkt dat graan en graanproducten 43% van de voedingsvezels leveren, de rest is afkomstig uit groenten, fruit, noten, olijven en aardappelen.

Overigens acht de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) in de 'Scientific opinion on dietary reference values for carbohydrates and dietary fibre’ een inname 25 g vezels per dag adequaat. Hierbij gaat EFSA uit van de benodigde hoeveelheid vezels voor het behoud van een gezonde darmwerking (stoelgang). In haar advies erkent EFSA daarnaast dat voor het effect van vezelrijke voeding op de preventie van chronische ziekten een hogere inname nodig zal zijn. De wetenschappers van EFSA achtten de beschikbare data echter onvoldoende om een concrete hoeveelheid te noemen.

Richtlijn vezelconsumptie:

Leeftijdscategorie Voedingsvezel per megajoule (MJ) Meisjes (g/dag) Jongens (g/dag)
1 t/m 3 jaar 2,8 15 15
4 t/m 8 jaar 3,0 20 25
9 t/m 13 jaar 3,2 25 30
14 t/m 18 jaar 3,4 30 40
Volwassenen 3,4 30 40

Bron: Voedingscentrum