Graansoorten

Van elke graansoort en van heel veel gedroogde zaden of pitten kan meel voor brood worden gemaakt. Maar de meest voorkomende meelsoort is die van tarwe. Andere veelvoorkomende graansoorten die de meelfabriek of de molen maalt zijn gerst, haver, rogge, maïs en spelt. Maar er zijn nog veel meer soorten graan. Van deze soorten wordt ook meel gemalen, dat de bakker vaak weer gebruikt om meergranenbrood van te bakken. Iedere graansoort heeft zo zijn eigen kenmerken. Voor alle graansoorten geldt dat ze veel zetmeel (koolhydraten) bevatten. Daarnaast bevatten ze ook eiwitten, vitamines, mineralen en voedingsvezel. 

 

Tarwe Gerst Haver
Rogge Maïs Spelt

 

Boekweit

Boekweit is geen graansoort maar een kruidachtige plant. De boekweitkorrels zijn vruchtjes van die plant. De vruchtjes hebben een driehoekige vorm met een roodbruine dop, die eruitziet als dat van een beukennootje. Het dopje wordt er voor gebruik afgehaald.

De vruchtjes van de plant boekweit lijken op graankorrels en worden ook op die manier verwerkt in voedingsmiddelen. Net als granen valt boekweit daarom in vak 2 van de Schijf van Vijf. Dit is het vak waar brood, aardappelen, rijst, pasta, couscous en peulvruchten onder vallen. 

In brood, pannenkoeken, grutten, koek en ontbijtgranen kan boekweit zitten. Boekweit is glutenvrij en rijk aan koolhydraten, vezels, vitamine B1 en B6, en verschillende mineralen, zoals magnesium.