Wetgeving

Over meel en brood is het een en ander vastgelegd in wet- en regelgeving. De naamgeving van verschillende broodsoorten is bijvoorbeeld vastgelegd in het Warenwetbesluit Meel en Brood.

Op een brood staat meestal geen gewicht vermeld. Wel zijn er officiële regels omtrent het gebruik van de hoeveelheid droge stof in een bepaald gewicht aan brood. Dit is de drogestof bepaling. Ook zijn er regels voor het etiket van verpakt en onverpakt brood, de aanprijzingen die producenten mogen maken (claims) en het gebruik van gejodeerd zout (bakkerszout).

Brood volgens de wet

Brood is in de wet gedefinieerd als gebakken eetwaar met als kenmerkende bestanddelen al dan niet verkleinde of geplette vruchten van graan of zaden van boekweit, water of melk, keukenzout, geen ander rijsmiddel dan bakkersgist of zuurdesem en eventueel broodverbetermiddelen. Brood moet minimaal 20% vocht bevatten. Het zoutgehalte mag maximaal 1,8% van de drogestof bedragen. De volgende broodsoorten worden genoemd in de wet.

Volkorenbrood

Brood mag volkoren worden genoemd als de hele graankorrel gebruikt is, met alle van nature daarin voorkomende bestanddelen in hun natuurlijke verhouding.

Bruinbrood of tarwebrood

Als het voornaamste meelbestanddeel tarwemeel is en zemelen met het oog zichtbaar zijn, is er sprake van bruinbrood of tarwebrood.

Witbrood of wittebrood

Als het voornaamste meelbestanddeel tarwebloem is en zemelen niet met het oog zichtbaar zijn, is er sprake van wit(te)brood.

Melkbrood

Aan melkbrood zijn melkbestanddelen in hun natuurlijke verhouding toegevoegd. Het melkvetgehalte moet minimaal 1,5% van de drogestof bedragen.

Krentenbrood en rozijnenbrood

Brood dat minimaal 30% krenten of rozijnen bevat, mag krentenbrood of rozijnenbrood worden genoemd. Dat betekent dat 100 gram krenten- of rozijnenbrood minimaal 30 gram krenten of rozijnen bevat.

Andere broodsoorten

In de wet zijn maar een beperkt aantal benamingen vastgelegd. Voor naamgeving wordt ook gebruik gemaakt van algemene gebruikelijke benamingen. De naam moet de juiste informatie geven over de samenstelling en de aard van het product. De consument weet doorgaans bij de benamingen direct om wat voor een product het gaat. De naam mag de consument niet misleiden. Hieronder staan voorbeelden van algemeen gebruikelijke broodbenamingen, die niet wettelijk zijn vastgelegd.

Desembrood

Meestal wordt bakkersgist gebruikt als rijsmiddel voor brood. Maar zuurdesem is ook een rijsmiddel. Brood dat met zuurdesem is gerezen, wordt desembrood genoemd.

Meergranenbrood

Meergranen is een algemeen gebruikelijke benaming voor brood, gemaakt van minimaal 2 verschillende graansoorten. Denk aan tarwe, rogge, gerst en maïs.

Roggebrood

Brood dat hoofdzakelijk gemaakt is van rogge, wordt roggebrood genoemd.

Suikerbrood

Brood, gemaakt met zoveel suiker, dat de zoete smaak duidelijk te proeven is, wordt suikerbrood genoemd.

Notenbrood

Als er zoveel noten in een brood zitten, dat het zorgt voor een kenmerkende smaak, wordt de term notenbrood gebruikt.

 

TrefwoordenBruinbrood Desembrood Krentenbrood Meergranenbrood Speltbrood Volkorenbrood Witbrood Zuurdesem